Prins Maurits


Blauwe garde

 

Beremuts

'La Gloire de Hollande'

De oorsprong is te vinden al ver terug in de middeleeuwen. In Frankrijk bestonden al elitesoldaten met de naam Grenadier. Vele landen waaronder Nederland heeft die naam ook overgenomen. Grenadier is afgeleid van het Franse woord 'grenade' wat betekend 'granaat'. Het waren soldaten die uitgezocht werden op hun inzet, van wie meer verwacht en geλist werd dan van andere soldaten. De 'Gardesoldaten' kwamen uit keur- en elitetroepen. De soldaten die daarvoor in aanmerking kwamen, waren lange mensen want lange mensen hebben -naar verhouding- ook langere armen, en daardoor de handgranaten verder konden werpen.

Als we nu terugkeren naar de tijd van Prins Maurits (1567- 1625) en zijn 'Garde' dan ontdekken we overeenkomsten. Garde is afgeleid van het Franse werkwoord 'Garder', wat bewaken betekend. Het was de taak van de Garde de persoon van de Vorst te beschermen. Als regel, werden hiervoor soldaten uitgekozen over wier dapperheid en inzet geen twijfel bestond. Bovendien beijverden de Europese Vorsten om hun Garde te laten bestaan uit lange mannen. In de tijd van Napoleon werd de hoofdtaak van de 'Garde' meer verplaatst naar het gevechtsveld. Deze Grenadiers werden als reserve gehouden om de beslissende slag toe te brengen. De relatie tussen Garde en Grenadier uit de tijd van Prins Maurits en Napoleon en later Koning Willem II is duidelijk. Dapperheid, Betrouwbaarheid en Gevechtsbereidheid.

Het oudst bekende Garde in nederland is het 'Regiment van Ernst Casimir van Nassau'. Opgericht in januari 1599. Prins Maurits, bevelhebber van het Staatse leger, hechte zeer veel aan dit regiment dat als 'de blauwe Garde van Holland', zeker na de slag bij Nieuwpoort (1600) bekendheid verwierf. Grenadiers maakten ook deel uit van de Stadhouder Willem III (1650-1702), ook wel Koning-Stadhouder genoemd omdat hij tevens Koning van Engeland was. In de jaren 1690 en 1691 hebben deze Grenadiers zich bijzonder onderscheiden in de de gevechten aan de Boyne (Noord Ierland). en bij de aanval op Athlone. De Grenadiers van de Hollandse garde, door Napoleon 'La gloire de hollande' genoemd, vochten in 1812 verbeten bij Krasnoi in Rusland en hielden tot het uiterste stand, waardoor andere troepen de terugtocht mogelijk werden gemaakt. In vroeger tijden zagen we dat de Grenadier zijn mannetje kon staan. Geen wonder, het waren immers uitgezochte soldaten. Maar er waren grote risico's aan verbonden. Zij waren niet geoefend en daarom waren de verliezen aan zichzelf en hun omgeving soms groter dan bij de vijand. Er kwam verandering in. De Franse Koning Lodewijk XIV (1638-1715) deelde daarvoor speciaal getrainde granaatwerpers in zijn gelederen in. Al snel werd dat in heel Europa gevolgd. Hun plaats was de rechtervleugel van de Infanterie ofwel zij gingen aan het hoofd van de aanvalstroepen vooruit en wierpen onmiddelijk voor de stormaanval de granaten naar de vijand.

Het handelsmerk van de Grenadier werd de 'beremuts'. De 'beremuts' heeft een even oude geschiedenis. Oorspronkelijk droegen alle Infanteriesoldaten een hoed. Als de Grenadier zijn geweer aan de riem op de rug droeg en snel in actie moest komen, nadat hij zijn granaat had geworpen hinderde hem de brede rand van de hoed. Nu droeg men onder de hoed een soort 'casquette'. Dit was een ijzeren band om het hoofd en twee banden over het hoofd. Dit soort helm beschermde de drager tegen sabelhouwen. De grenadiers gingen nu in plaats van de hoed uitsluitend deze casquette dragen, die echter van boven gedeeltelijk open was zodat bij regen de haren nat werden. Daarom droeg men onder de casqette de slaapmuts, waarvan het kwastje nog op de beremuts voorkomt. Aan de voorzijde van deze muts werd later een koperen plaat aangebracht met het embleem van het regiment erop. Om het geheel nog meer tegen sabelhouwen bestand te maken werd de bovenkant omwikkeld met berehuid.

• H o m e • • Volgende •
•••• ©2005 www.gardegrenadiers-swk.nl ••••